Camponotus nicobarensis

Mieren van Camponotus nicobarensis komen van nature voor in Azië. Het is een grote miersoort die erg makkelijk te houden is. Ze zien er met hun rood-oranje kleuren zeer mooi uit en zijn zeer actief.

Kolonies van deze soort zijn monogyn en huisvesten dus maar één koningin. De ontwikkeling van eitje tot mier duurt ongeveer 4 tot 6 weken, afhankelijk van de temperatuur. Deze tropische soort doet het uitermate goed bij temperaturen van 22 °C tot 28 °C, met een luchtvochtigheid van rond de 50-70% in het nestgedeelte. Ze zijn het hele jaar door actief en zijn te voeren met een suikerbron (honing, schenkstroop, suikerwater) en dode insecten zoals vliegen, krekels en muggen.

Prijs: € 12,50 euro – 1Q met circa 5 werksters en broed [op voorraad]

 

Camponotus japonicus

Mieren van Camponotus japonicus komen van nature voor in Azië. Het is een grote miersoort die erg makkelijk te houden is. Ze zien er met hun donkere kleuren zeer mooi uit en zijn zeer actief.

Kolonies van deze soort zijn monogyn en huisvesten dus maar één koningin. De ontwikkeling van eitje tot mier duurt ongeveer 4 tot 6 weken, afhankelijk van de temperatuur. Deze tropische soort doet het uitermate goed bij temperaturen van 22 °C tot 28 °C, met een luchtvochtigheid van rond de 50-70% in het nestgedeelte. Ze zijn het hele jaar door actief en zijn te voeren met een suikerbron (honing, schenkstroop, suikerwater) en dode insecten zoals vliegen, krekels en muggen.

Prijs: € 12,50 euro – 1Q met circa 5 werksters en broed [op voorraad]

 

Myrmica rubra

Myrmica rubra, ook wel de rode steekmier genoemd, komen van nature voor in diverse Europese landen, waaronder Nederland. Het zijn heel interessante mieren om te houden. Ze zien er met hun oranje-rode kleuren heel erg mooi uit en zijn zeer actief.

Kolonies van deze soort zijn polygyn en kunen dus meerdere koninginnen huisvesten. De ontwikkeling van eitje tot mier duurt ongeveer 4 tot 6 weken, afhankelijk van de temperatuur. Deze soort doet het uitermate goed bij temperaturen van 15 °C tot 30 °C, met een luchtvochtigheid van rond de 50-70% in het nestgedeelte. Ze zijn te voeren met een suikerbron (honing, schenkstroop, suikerwater) en dode insecten zoals vliegen, krekels en muggen.

Prijs: € 13 euro – 1Q met circa 20 á 30 werksters en broed [op voorraad]
€ 17 euro – 2Q met circa 50 á 60 werksters en broed [op voorraad]
€ 21,50 euro – 3Q met circa 80+werksters en broed [op voorraad]

 

Pheidole noda

Pheidole Noda of groothoofdmier zijn kleine, maar zeer agressieve miertjes. Ze verdedigen hun territorium fel en reageren zeer snel op aangeboden voedsel. Als de kolonie iets groter is, worden al snel soldaten gemaakt. Deze mieren hebben grote koppen (vandaar dus de naam groothoofdmier) en worden ingezet om het nest te verdedigen tegen vijanden en om prooien het nest in te sleuren.

Kolonies van deze soort zijn monogyn en huisvesten dus maar één koningin. Deze soort doet het uitermate goed bij temperaturen van 21 °C tot 30 °C, met een luchtvochtigheid van rond de 50-80% in het nestgedeelte. Ze zijn te voeren met een suikerbron (honing, schenkstroop, suikerwater) en dode insecten zoals vliegen, krekels en muggen.

Prijs: € 13,50 euro – 1Q met circa 5 á 15 werksters en broed [op voorraad]

 

Formica fusca

Formica fusca is een miersoort dat ook veel voorkomt in Nederland. Dit zijn de zwarte bosmieren van Nederland. Ze ontlopen conflicten met andere miersoorten veel eerder dan dat ze aanvallen. Deze soort wordt dan ook vaak als slaafmier gebruikt door verschillende andere miersoorten.

Kolonies van deze soort zijn monogyn en huisvesten normaliter maar één koningin, maar het is vrij bekend dat deze miersoort zijn soortgenoten tolereert en vaak niet moeilijk doet over meerdere koninginnen per nest. Deze soort doet het uitermate goed bij temperaturen van 21 °C tot 24 °C, met een luchtvochtigheid van rond de 50-60% in het nestgedeelte. Ze zijn te voeren met een suikerbron (honing, schenkstroop, suikerwater) en dode insecten zoals vliegen, krekels en muggen.

Prijs: € 9,50 euro – 1Q met circa 1 á 5 werksters en broed [op voorraad]

 

Temnothorax nylanderi

Temnothorax of slankmieren zijn typische bewoners van bossen en nestelen zich voornamelijk onder boomschors. Als de kolonie in de buurt van een eikenboom zit zullen ze gebruik maken van eikels als nestruimte. Eén eikel kan een volledige kolonie huisvesten. De kolonie bestaat uit een koningin met maximaal 200 werksters en broed. Deze mieren worden daarom vaak ook wel eikelmieren genoemd.

Kolonies van deze soort zijn monogyn en huisvesten dus maar één koningin. Deze soort doet het uitermate goed bij temperaturen van 21 °C tot 24 °C, met een luchtvochtigheid van rond de 50-60% in het nestgedeelte. Ze zijn te voeren met een suikerbron (honing, schenkstroop, suikerwater) en dode insecten zoals vliegen, krekels en muggen.

Prijs: € 9 euro – 1Q met circa 30 werksters en broed [op voorraad]

 

Messor barbarus

De Messor barbarus of ook wel de oogstmier genoemd, verzamelen voornamelijk (gras)zaden. Deze zaden kauwen ze fijn en vermengen ze met vocht. Zo ‘oogsten’ ze de zaden tot een soort mierenpap, dat als voeding dient. De intelligentie van deze soort is bijzonder in vergelijking met andere miersoorten.

Kolonies van deze soort zijn monogyn en huisvesten dus maar één koningin. Deze soort doet het uitermate goed bij temperaturen van 21 °C tot 26 °C, met een luchtvochtigheid van rond de 50-70% in het nestgedeelte. Ze zijn te voeren met (gras)zaden en af en toe dode insecten zoals vliegen, krekels en muggen.

Prijs: € 7,50 euro – 1Q met broed [op voorraad]

 

De voorraad statussen op deze pagina zijn nauwkeurig. Deze worden dagelijks bijgehouden.